APOTHEEK VAN HULST
OPENINGSUREN : ma - vr  9u00 -12u30  en 14u00 - 18u30 

Apotheek Van Hulst
03/541.24.11
Diehoekstraat 91
2180 Ekeren

Paleodieet gezond bij voorstadium diabetes ?








Mensen met het metabool syndroom, een voorstadium van diabetes type 2, hebben baat bij het zogenoemde paleodieet, beweren onderzoekers. Mensen die zich houden aan dit voedingspatroon eten geen granen, zuivelproducten en geraffineerde suikers. Het ‘oerdieet’ pakt enkele kenmerken van het metabool syndroom aan, zo vermindert het de buikomvang en verlaagt het de bloeddruk. Dat blijkt uit analyse van de wetenschappelijke literatuur in een systematisch review.

Eén op de drie mannen en één op de vier vrouwen tussen de 30 en 70 jaar kampt met het metabool syndroom. Die laatste groep heeft (nog) geen suikerziekte, maar wel een verhoogde bloeddruk en HDL-cholesterol, hoge glucosewaarden, een vergrote buikomvang en te veel vetzuren (triglyceriden) in het bloed. Hierdoor lopen zij meer risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.

Esther van Zuuren, huidarts en ervaren systematische reviewer, en Hanno Pijl, hoogleraar Diabetologie in het LUMC, bestudeerden samen met de Amerikaanse medisch auteur Eric Manheimer en Bahreinse medisch auteur Zbys Fedorowicz, de literatuur over paleovoeding volgens de strikte regels van Cochrane. Ze ontdekten dat het paleodieet, ook wel oerdieet genoemd, de bloeddruk, de buikomvang en de hoeveelheid triglyceriden van mensen met het metabool syndroom verbetert. Mensen die zich aan dit voedingspatroon hielden voelden zich ook beter dan mensen die dat niet deden. “Het is een verrassend sterk effect, zeker gezien het feit dat de controlepersonen een dieet volgden volgens nationale richtlijnen voor diabetespatiënten”, aldus Pijl.

Toegevoegde suikers

Gedacht wordt dat het paleodieet gezond is omdat de mens tienduizenden jaren op deze voeding gedijde. De moderne mens zou hier nog steeds genetisch op zijn ingesteld. Pijl vermoedt dat het vooral gaat om het eten van onbewerkte producten. “Ik ben er nog niet zo van overtuigd dat granen en zuivel slecht zijn voor mensen zonder coeliakie en melkintolerantie. Ik denk dat het vooral belangrijk is om veel groente en fruit te eten en een klein beetje vis en vlees. En dat het goed is om zo min mogelijk producten met toegevoegde suikers te gebruiken.”

De onderzoekers verwachten dat hun publicatie het nodige stof zal doen opwaaien, met name in de Verenigde Staten. Daar is het paleodieet zeer populair, maar het kent er ook felle critici. Van Zuuren en Pijl benadrukken dat het effect alleen onderzocht is bij mensen met het metabool syndroom en er slechts naar een termijn van een aantal weken tot zes maanden is gekeken, langere studies zijn er nog niet. Zij presenteren deze data eind september op het Nederlandse symposium ‘Ancestral Health’.

Over het paleodieet

De belangrijkste voedingsmiddelen die zijn toegestaan volgens het paleodieet zijn groenten, fruit, eieren, vis, vlees, noten, zoete aardappelen, paddenstoelen, olijfolie, kokosolie, koffie, thee en water. Granen, zuivel, peulvruchten, aardappelen, alcohol en door de voedingsindustrie bewerkte producten zijn niet toegestaan. 

Het artikel Paleolithic nutrition for metabolic syndrome: systematic review and meta-analysis is verschenen in The American Journal of Clinical Nutrition. .
Zijn symptomencheckers op internet betrouwbaar?







Steeds meer mensen doen een beroep op internet om informatie over gezondheid op te zoeken en bepaalde gezondheidsklachten te checken. Onderzoekers van de Amerikaanse Harvard University onderzochten hoe betrouwbaar de zogenaamde symptomencheckers op internet zijn. Dergelijke symptomencheckers geven op basis van een vragenlijst over uw klachten (bijvoorbeeld bij hoofdpijn, keelpijn, koorts, hoest...) aan wat mogelijk het probleem is en geven eventueel ook aan of u al dan niet een arts moet raadplegen, of dat dringend is enzovoorts. Een voorbeeld van zo'n symptomenchecker die in deze studie werd getest is: http://www.earlydoc.com/nl

In totaal werden 23 gratis toegankelijke Engelstalige symptomencheckers getest, meestal uit Engeland en de USA, maar ook één uit Nederland en één uit Polen. Dat gebeurde aan de hand van een aantal klachten over 45 zowel veel (bijvoorbeeld bovenste luchtweginfecties) als zeldzaam voorkomende aandoeningen (zoals bijvoorbeeld een longembolie). Er werd een onderscheid gemaakt tussen symptomencheckers die alleen een diagnose voorstellen (dus wat er mogelijk aan de hand zou kunnen zijn) en websites die daaraan ook een advies over de ernst koppelen (zoals uw huisarts of apotheker raadplegen, een ambulance bellen...). 

• Wat de websites en apps die alleen een diagnose voorstellen, was gemiddeld 34% meteen correct. De resultaten varieerden van 5 tot 50% correcte diagnoses. Voor sommige aandoeningen liep dat zelfs op tot 84%.
• Bij de websites en apps die ook een advies geven, gaf gemiddeld 57% een correct advies. Voor klachten die dringend medisch optreden vereisten (bijvoorbeeld bij een beroerte), was het advies zelfs in 80% van de gevallen correct, tegenover slechts 34% voor klachten waarvoor zelfhulp volstond. Globaal genomen werd te vaak medisch advies aangeraden, daar waar zelfhulp had kunnen volstaan. 

De symptomencheckers zitten er dus vaak naast en zijn dus zeker geen alternatief voor een consultatie bij de arts als u bepaalde klachten hebt en u ongerust maakt. 
Dat belet evenwel niet, zo schrijven de onderzoekers uitdrukkelijk, dat ze zinvol kunnen zijn. Het is alleszins beter om zo'n symptomenchecker te gebruiken dan niets te doen of dan blind te gaan googlen. Dat laatste leidt in 64% van de gevallen tot een verkeerd advies, zo bleek uit ander onderzoek.

Moet u extra vitamine E innemen?









De Hoge Gezondheidsraad, het hoogste adviesorgaan van de federale regering op het vlak van de volksgezondheid, heeft nieuwe aanbevelingen gepubliceerd over vitaminen (en spoorelementen). 

Wat vitamine E betreft, wordt in het nieuwe advies niet langer een Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) gegeven, omdat de behoefte in sterke mate bepaald wordt door allerlei factoren die verschillen van persoon tot persoon. Zoals onder andere de consumptie van poly-onverzadigde vetzuren, rookgedrag, bepaalde ziekten en het genetisch patroon. 

In de plaats daarvan stelt de Hoge Gezondheidsraad, in navolging van het Europese Voedingsagentschap EFSA, een adequate inname (AI) voor van respectievelijk 13 en 11 mg/dag voor volwassen mannen en vrouwen. Voor kinderen tussen 1 en 3 jaar wordt 6 milligram/dag aanbevolen en voor kinderen tussen 4 en 10 jaar 9 milligram/dag. Er is geen reden om de inname te verhogen tijdens de zwangerschap of tijdens de borstvoedingsperiode.



Adequate inname vitamine E



















































1 mg = 0,001 gram
Op basis van Europese studies blijkt dat de overgrote meerderheid van de (volwassen) bevolking via de voeding meer dan voldoende vitamine E inneemt. Tekorten komen dan ook weinig voor.

Belangrijkste bronnen van vitamine E in de voeding 

• Plantaardige oliën zijn de belangrijkste bron van vitamine E. De grootste hoeveelheid wordt aangetroffen in die oliën die het rijkst zijn aan poly-onverzadigde vetten (soja-olie, maïsolie, olijfolie en koolzaadolie). 
• Volle granen, noten en schaalvruchten bevatten eveneens vitamine E. 
• Ook melkproducten en vetrijk vlees bevatten in mindere mate vitamine E.

Voorzichtig met supplementen van vitamine E

Volgens het Europees Voedselagentschap EFSA is er momenteel geen bewijs dat de inname van vitamine E ons afweersysteem stimuleert en beschermt tegen allerlei chronische ziekten, zoals onder meer hart- en vaatziekten.
• Een te hoge inname van vitamine E kan de bloedstolling verstoren en bloedingen in de hand werken. 
• Antioxidantia zoals vitamine E kunnen hun beschermende werking verliezen eens ze een bepaalde concentratie te boven gaan en dan zelfs oxidatie fenomenen in de hand kunnen werken. Zo is aangetoond dat hoge dosissen vitamine E (400 IE/dag alpha tocopherol acetaat) en 200 microgram per dag van L Se methionine aan mannen in goede gezondheid de kans op prostaatkanker verhoogt. 
• Bepaalde groepen mensen moeten extra voorzichtig zijn, en minder vitamine E innemen:
- patiënten de behandeld worden met geneesmiddelen die de blootstolling tegengaan ('bloedverdunners'), waaronder ook patiënten behandeld met acetylsalicylzuur;
- patiënten met malabsorptie; 
- patiënten met stoornissen van de intestinale microbiële functie die de vitamine K status kunnen verstoren.

Daarom stelt de Hoge Gezondheidsraad voor om de Maximaal toelaatbare inname van vitamine E te verlagen tot 150 milligram/dag voor volwassenen. De waarden voor kinderen werden aangepast in functie van de gemiddelde lichaamsoppervlakte.
Supplementen met een vitamine E dosering (tot 400 mg/dag en zelfs soms tot 800-1000 mg/dag) boven de Adequate Inname (AI) hebben geen enkel voordeel voor de gezondheid en kunnen zelfs ongunstige reacties uitlokken, en worden dus afgeraden.




Maximale toelaatbare inname voor vitamine E












































Waarom een tekenbeet melden?









Wie een tekenbeet heeft, kan dat voortaan melden op de website TekenNet.be. Met die gegevens wil de Belgische overheid een risicokaart maken voor de ziekte van Lyme. Via een tekenbeet kunt u de ziekte van Lyme oplopen – door een besmetting van de bacterie Borrelia burgdorferi. Geschat wordt dat twintig procent van de teken de bacterie met zich meedraagt. Vooral schaduwrijke plaatsen, bedekt met een dikke strooisellaag, varens of hoge grassen herbergen vaak veel teken.

TekenNet is een onderzoeksproject van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP).

Het doel van TekenNet is om gegevens te verzamelen over: 
het aantal personen die een tekenbeet oplopen;
de plaatsen in België waar tekenbeten het meest voorkomen;
het aantal personen die na een tekenbeet een arts raadplegen;
het aantal personen die na een tekenbeet een erythema migrans vertonen, wat wijst op de ziekte van Lyme.
Door deze gegevens te verzamelen kan nauwkeuriger informatie verschaft worden over waar en wanneer teken actief zijn in België, zodat de mensen die mogelijks blootgesteld worden aan tekenbeten beter aan actieve preventie kunnen doen.

Waar komen teken voor?

Waar teken precies voorkomen en in welke aantallen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het klimaat, het landschap, de vegetatie en de beschikbaarheid van gastheren (knaagdieren, wild, …).

Teken kunnen talrijk aanwezig zijn in bossen en in lage plantengroei. Omdat ze gevoelig zijn voor uitdroging, komen ze voornamelijk voor op schaduwrijke plaatsen met een dikke strooisellaag of met een dichte ondergroei bestaande uit struikgewas, varens en hoge grassen. Teken kunnen in grote aantallen voorkomen in bos- en natuurgebieden, omdat ze er zowel beschutting als gastheren vinden. Tekenbeten worden bijgevolg voornamelijk opgelopen tijdens een boswandeling, maar ook in weilanden, duinen, stedelijke parken en soms in de eigen tuin kan men gebeten worden.
Teken zijn heel het jaar door aanwezig, maar pas bij temperaturen boven de 10 à 12°C worden ze actief, dus vooral van maart tot oktober.

Waar komt de ziekte van Lyme voor ?

Vandaag is het aantal beten binnen de Belgische bevolking niet bekend. Wel wordt het aantal gevallen van Lyme opgevolgd.

Ongeveer tien procent van de teken is besmet met Borrelia burgdorferi, een bacterie die de ziekte van Lyme kan veroorzaken. In de Kempen zou volgens een grootschalige screening door het Labo Bos & Natuur van de UGent zelfs gemiddeld 15.6% van de teken besmet zijn. 

Als u er snel genoeg bij bent, is de ziekte van Lyme goed te behandelen met een antibioticakuur. Als de ziekte niet op tijd ontdekt wordt, bestaat de kans op meer ernstige verschijnselen waarbij spieren, gewrichten, het zenuwstelsel en het hart kunnen aangetast worden. De meeste symptomen zijn omkeerbaar, maar de gewrichtsklachten kunnen van blijvende aard zijn. 

Het opvolgen van de ziekte van Lyme in België is gebaseerd op drie informatiebronnen. Een netwerk van peillaboratoria en het Nationale Referentiecentrum voor Borreliose (UCL-UZLeuven) melden elk jaar het aantal positieve labotests, dat varieert tussen 1.200 en 1.800 per jaar. Uit onderzoeken uitgevoerd door een netwerk van peilartsen blijkt dat jaarlijks ongeveer 10.000 patiënten een huisarts raadplegen voor een erythema migrans. Daarnaast worden jaarlijks ongeveer duizend personen in het ziekenhuis opgenomen voor de ziekte van Lyme.

Op basis van de informatie verzameld door een netwerk van laboratoria is bekend dat de ziekte aanwezig is in bijna alle arrondissementen van het land maar dat het risico groter is in de provincies Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant en Luxemburg.

Wat moet u doen? 

• U duidt de locatie aan op een kaart of geeft de postcode in. Daarnaast krijgt nog enkele vragen over de omstandigheden waarin u werd gebeten. . 

• U kunt ook deelnemen aan de continue opvolging door u hiervoor in te schrijven. U ontvangt dan elke maand ter herinnering een e-mail met de vraag om de opgelopen tekenbeet (of beten) of een opgetreden erythema migrans in te geven op de website.
Minister Maggie De Block wil apotheken beter spreiden







Minister van Volksgezondheid Maggie De Block gaat het overaanbod aan apotheken aanpakken. Dat schrijft Het Nieuwsblad woensdag. Door achterpoortjes kunnen de bestaande wettelijke quota voor apotheken in de praktijk worden omzeild, en daardoor is vooral in de steden een wildgroei ontstaan. De minister wil daarom de spreidingswet uit 1973 aanpassen, aldus de krant.

 In België is er één apotheek per 2.150 inwoners. Enkel Griekenland heeft een nog groter aanbod, in Nederland daarentegen is er slechts één apotheek per 8.000 inwoners. Door het overaanbod zijn ook veel zaken niet rendabel, luidt het.

  In de spreidingswet van 1973 staat dat er maar één apotheek per 2.000 inwoners mag zijn in kleine steden, in middelgrote steden is dat één per 2.500. Maar door aan te tonen dat je meer patiënten kan aantrekken, kan de wet worden omzeild.

  De Block bekijkt nu samen met de apothekersbonden en het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) hoe ze de wet kan verbeteren. Momenteel worden alle apotheken in België in kaart gebracht. Terwijl er in steden vaak een overaanbod is, kennen landelijke gebieden soms een tekort. 
Na jaren wachten eindelijk een beter griepvaccin










Het nieuwe griepvaccin Alpharix Tetra moet ons dit najaar beter beschermen. Virologen zaten er al jaren op te wachten, schrijven De Standaard en De Morgen dinsdag. Nadeel, aldus die laatste krant, is dat bejaarden in de Vlaamse woonzorgcentra nog het oude vaccin zullen toegediend krijgen.

Het is de Belgische tak van de Britse farmagigant GlaxoSmithKline (GSK) die het nieuwe griepvaccin op de markt brengt. "Het virus evolueert, dus de fabrikanten moeten mee", zegt woordvoerster Elisabeth Van Damme. GSL gelooft er sterk in en verdubbelt de productie, tot 1,5 miljoen vaccins dit jaar.

De reden dat Alpharix Tetra beter is dan het huidige vaccin is behoorlijk technisch. De nieuwe entstof bestaat uit twee A-stammen en twee B-stammen en wordt daarom quadrivalent genoemd. Het huidige vaccin is slechts trivalent en beschikt maar over twee A-stammen en één B-stam. "Door er een nieuwe stam bij te voegen, creëer je een hogere beschermingskans", zegt virusspecialist Marc Van Ranst.

Maar bejaarden in Vlaamse woonzorgcentra zullen nog het oude vaccin toegediend krijgen, doordat het Agentschap voor Zorg en Gezondheid een overheidsopdracht heeft lopen die men niet zomaar kan opzeggen.  
Obesitas: de timing is belangrijk!








Onderzoekers hebben getracht het belang van snel gewichtsverlies te onderzoeken in het handhaven van een gewenst gewicht op lange termijn. De AHEAD studie had als objectief om het lichaamsgewicht van de patiënten significant te doen afnemen in een maand of twee maanden tijd, en om daarna het effect te bestuderen na 8 jaar.

In totaal werden 2.290 mensen tussen 45 en76 jaar, met een gemiddeld BMI van 35,65 kg/m² (+/- 5,93) en type 2 diabetes opgenomen in de studie. De deelnemers werden gestratificeerd in functie van hun gewichtsverlies. Zo hadden patiënten die op 1 maand tussen 2 en 4% van hun oorspronkelijke gewicht hadden verloren, of meer dan 4%, respectievelijk 1,62 en 2,79 keer meer kans om te genieten van een verlies van 5% of meer na 4 jaar. Na 8 jaar hadden dezelfde mensen nog steeds een gunstig effect van het oorspronkelijke gewichtsverlies, in vergelijking met degenen die minder dan 2% hadden verloren bij de start. Voor de personen in de tweede groep opgenomen in het twee maanden-programma, leidt een daling in lichaamsgewichtvan 3 tot 6% tot een kans op een gewichtsverlies van 5% of meer na 4 jaar die vermenigvuldigd wordt met een factor 1,85, en als de gewichtsafname aanvankelijk meer dan 6% bedroeg, wordt de kans vermenigvuldigd met 3,85 na 4 jaar en met 2,28 na 8 jaar.Het aanvankelijke gewichtsverlies is dus essentieel om dit verlies op lange termijn te handhaven zonder dat de patiënt onderwopen wordt aan een intensieve interventie in zijn levensstijl, wat contraproductief kan zijn.

Geen asbestvezels in Vlaams kraantjeswater







Er zit dan toch geen asbest in het Vlaamse leidingwater. Dat blijkt uit metingen die Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) liet uitvoeren in alle Vlaamse provincies. In geen enkel van de 67 onderzochte waterstalen zijn asbestvezels aangetroffen.

In april waarschuwde het wetenschappelijk tijdschrift Eos voor asbest in het leidingwater. Een aanzienlijk deel van het waterleidingnet zou immers uit asbest bestaan en die zouden asbestvezels loslaten. De kwestie kreeg ruime weerklank in de media en zorgde voor debat in het Vlaams Parlement.

Minister Schauvliege vroeg daarop aan de drinkwatermaatschappijen om metingen uit te voeren. Er werden 67 waterstalen afgenomen, zowel bij gebruikers thuis aan de kraan, onderweg in het leidingnet als in waterproductiecentra. In geen enkel van de onderzochte waterstalen zijn asbestvezels aangetroffen. De meetresultaten bleven onder de "aantoonbaarheidsgrens" van enkele honderden vezels per liter. Ter vergelijking: de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om onder de 200 miljoen vezels per liter te blijven, de VS hanteren 7 miljoen vezels per liter als grens.

Om fouten als gevolg van de meettechniek uit te sluiten, werden de stalen geanalyseerd door drie verschillende labo's.
Vetten: hebben ze ons iets wijsgemaakt ?







Wanneer men het artikel leest dat verscheen in de BMJ over transvetten (T) en verzadigde vetten (S), kan men niet anders dan zich de vraag stellen of we niet al die tijd belogen zijn geweest. Even in herinnering brengen : S-vetten worden geproduceerd door dieren. Transvetten zijn grotendeels industrieproducten en het resultaat van de partiële hydrogenering van plantaardige vetten. Ze kunnen ook in mindere mate van nature voorkomen in natuurlijke producten.

De onderzoekers wilden weten of het verband tussen de inname van S- en T-vetten daadwerkelijk werd geassocieerd met een verhoogde mortaliteit wegens alle oorzaken, cardiovasculaire mortaliteit, coronaire hartziekten, beroerte en type 2 diabetes.

Daarom hebben ze een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Ze hebben 12 prospectieve studies geselecteerd. Voor elke associatie met S-vetten, konden ze de gegevens vergelijken met 5 tot 17 maal het aantal controles, of 90 501 - 339 030 deelnemers. Eerste waarneming, de S-vetten worden niet geassocieerd met een verhoogde mortaliteit of cardiovasculaire mortaliteit of coronaire hartziekten of ischemische beroerte, of type 2 diabetes.

Daarentegen, T-vetten, ongeacht de oorsprong, verhogen de kans op de algemene mortaliteit met 34%, het risico op coronaire sterfte met 28%, en de kans op coronaire hartziekte met 21%, maar er is geen toename van het risico op ischemische beroerte of diabetes type 2. T-vetten van industriële oorsprong verhogen het risico op coronair overlijden met 18%, maar T-vetten van dierlijke oorsprong niet. Palmitoleïnezuur afkomstig van herkauwers wordt zelfs gelinkt met een afname van de incidentie van type 2 diabetes.

Natuurlijk zullen de critici zeggen dat dit een meta-analyse is met waarschijnlijk veel vertekeningen. Zou het echter niet tijd worden om een aantal dogma's die we de afgelopen veertig jaar hoorden in vraag te stellen ?
Maw. blijkt uit deze studie eens te meer, dat het gebruik van boter in alle omstandigheden (bakken en smeren) te verkiezen is boven dat van margarines en minarines.

Een doosje voor een bloedafname zonder prikken











Binnenkort zal de patiënt een klein apparaatje kunnen ontvangen via de post, waarmee een kleine hoeveelheid bloed kan worden afgenomen in 2 minuten. Daarna kan het worden opgestuurd naar het laboratorium.

Dit is in ieder geval wat Tasso voorspelt, een jong Amerikaans startup bedrijf dat samen met onderzoekers van de Universiteit van Wisconsin-Madison een naaldloos bloedmonster-apparaat heeft ontwikkeld.

Hemolink is een klein doosje, dat toelaat om geheel pijnloos een bloedstaal te nemen (door middel van microfluid-technologie wordt bloed verzameld via de huid door capillaire werking). De patiënt kan dus zelf zijn bloedstaal afnemen zonder een ader te prikken.

In twee minuten kan het apparaat 0,15cm3 bloed verzamelen, een kleine hoeveelheid die voldoende is voor de analyse van bijvoorbeeld cholesterolgehalte of bloedsuikerspiegel.

"Het lab heeft niet altijd een grote hoeveelheid bloed nodig. De norm stelt dat een standaard monsterbuis vol moet zijn, maar sommige moleculen kunnen worden gekwantificeerd met heel weinig bloed, zonder het resultaat te vervormen", legt een verpleegster uit.

Het bedrijf zegt dat de doelgroep mensen zijn "bij wie het niet zo vaak nodig is hun bloed te testen, om te controleren op kanker of Infectieziekten, bijvoorbeeld". En dus niet degenen bij wie een zeer frequente analyse vereist is, zoals diabetici.

Er is geen medische hulp nodig bij het gebruik, en het kleine formaat maakt het mogelijk om het overal mee te nemen.

Enige nadeel aan het project: de bewaring van de bloedmonsters. Het transporteren van het bloed moet gebeuren bij een bepaalde temperatuur, zodat het laboratorium het staal kan gebruiken. Aangezien één van de doelstellingen van Tasso is om het monster via de post te versturen, heeft het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) Tasso Inc. 3 miljoen dollar toegekend (2,8 miljoen euro) om de onderzoekers in staat te stellen hiervoor een oplossing te vinden, zodat het bloed stabiel blijft, zelfs na een week bij 60°C.

De startup heeft een aanvraag voor goedkeuring ingediend bij de FDA. Ze hoopt in 2016 Hemolink op de markt te brengen in de Verenigde Staten..

Nieuw advies vaccinatie seizoensgriep









De Hoge Gezondheidsraad behoudt de huidige aanbevelingen over de doelgroepen voor vaccinatie tegen seizoensgriep 2015-2016, maar indien nodig vult hij die aan.



Klassiek krijgen de volgende doelgroepen voorrang: 

  • zwangere vrouwen in het tweede of derde trimester

  • alle patiënten vanaf 6 maanden met een onderliggende chronische aandoening die verder in het advies wordt gespecificeerd

  • 65-plussers 

  • alle personen in een instelling 

  • kinderen tussen 6 maanden en 18 jaar met een langdurige aspirinetherapie  

  • Ook personen die onder hetzelfde dak wonen van de net geschetste doelgroepen en al wie in de gezondheidssector werkt.

  •  Daarnaast is het ook zinvol om alle personen tussen 50 en 65 jaar te vaccineren, zelfs indien ze niet aan een risicoaandoening lijden. Naast het verhoogde risico dat ze complicaties bij griep ontwikkelen door hun leeftijd, bestaat er immers ook één kans op drie dat ze tenminste één factor vertonen die het risico op complicaties nog verhoogt. Het gaat vooral om personen die roken, excessief drinken en/of zwaarlijvig (Body Mass Index > 30) zijn.



Aanbod voor bepaalde beroepsgroepen

De vaccinatie tegen de seizoensgebonden griep wordt aan sommige beroepsgroepen aangeboden om het risico van virale reassortering (de uitwisseling van genetisch materiaal tussen dierlijke en de menselijke influenzavirussen) te vermijden. Dat zijn:

a. beroepsfokkers van gevogelte en varkens alsook hun familieleden die onder hetzelfde dak wonen; 

b. personen die door hun beroep met levend gevogelte en levende varkens in contact komen. 



Gewijzigd vaccinaanbod

Het op de markt brengen van verzwakte levende quadrivalente vaccins of geïnactiveerde quadrivalente vaccins zal het vaccinaanbod wijzigen tijdens het griepseizoen 2015-2016. Het verzwakte levende vaccin (Fluenz Tetra ® van Astra Zeneca) wordt via de neus toegediend en is toegelaten bij kinderen vanaf 2 jaar tot jongeren onder de 18 jaar. Het geïnactiveerde quadrivalente vaccin (Alpharix-Tetra ® van GSK)(vanaf 3 jaar) vervangt het voorheen beschikbare trivalente Alpharix ®. De HGR bestudeert de kwestie en bereidt een omstandig advies voor de doelgroepen in kwestie voor en de beschikbare vaccins. 

Deze vaccins kunnen eventueel een voordeel opleveren bij een seizoensgebonden epidemie waarbij de twee B-stammen op een significante wijze tegelijkertijd zouden circuleren of indien de gekozen B-stam in het trivalente vaccin ongeschikt blijkt. Daarentegen zouden ze de problemen niet kunnen beperken die te wijten zijn aan vaccinstammen van het type A (H1N1 of H3N2) die slecht zijn afgestemd op de stammen die verantwoordelijk zijn voor de seizoensgebonden griepepidemie (zoals dit het geval was in 2014-2015). De Raad benadrukt benadrukt het belang van deze vaccinatie (waarvan de doeltreffendheid groter is wanneer de vaccinstammen overeenstemmen met de door de WGO bepaalde circulerende stammen) vanuit het oogpunt van de volksgezondheid, ongeacht de bijzonderheden/mogelijke voordelen van het gekozen vaccin. .

Een zelftest voor Humaan Papillomavirus (HPV)?









In september 2015 start in zes Vlaamse gemeenten (Antwerpen, Genk, Laakdal, Lommel, Neerpelt en Overpelt) een experiment met een thuistest voor het humaan papillomavirus (HPV). HPV is de belangrijkste oorzaak van baarmoederhalskanker. Als het experiment positief is, dan kan het in de komende jaren uitgebreid worden tot heel Vlaanderen. 
In Nederland heeft de bevoegde minister, na een gelijkaardig experiment beslist, dat alle vrouwen die niet deelnemen aan het georganiseerde bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker via huisarts of gynaecoloog, vanaf 2016 de mogelijkheid krijgen om thuis zelf een HPV-test af te nemen.

Uitstrijkje
Vrouwen die zich willen laten testen of ze besmet zijn met het HPV-virus, moeten daarvoor een uitstrijkje laten nemen bij de huisarts of gynaecoloog. Dat is de enige manier om een HPV-besmetting op te sporen. HPV kan tot nu toe immers niet in het bloed of de urine opgespoord worden, althans niet op een voldoende betrouwbare manier. Bij jongens kan een HPV-besmetting momenteel dus niet opgespoord worden.

Thuistest
Met de HPV-zelfafnametest kunnen de geselecteerde vrouwen zelf een staaltje slijm uit de vagina nemen en dit opsturen naar het labo voor verdere analyse. Ze moeten dus niet meer naar de huisarts of gynaecoloog voor een uitstrijkje. 

• Voorlopig wordt de thuistest alleen aangeboden aan vrouwen tussen 30 en 64 jaar die tot nu toe niet hebben deelgenomen aan het Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. De initiatiefnemers hopen op die manier 40.000 vrouwen te bereiken die wel een uitnodiging kregen om deel te nemen, maar die om een of andere reden geen uitstrijkje lieten maken bij de huisarts of de gynaecoloog.

• Als de thuistest de aanwezigheid van HPV aantoont, dan is nog altijd een klassiek uitstrijkje bij de arts nodig om te onderzoeken of er afwijkende cellen aanwezig zijn.